Uit: Dagblad TROUW, 4 juni 2010.
AOW-akkoord bonden en werkgevers
Betrokkenen maken een vergelijking met het internationaal bewonderde akkoord van Wassenaar uit 1982, waarin werkgevers, bonden en kabinet besloten tot loonmatiging en daarmee de economie uit het slop haalden.
Dat bonden en werkgevers toch weer snel tot elkaar zijn gekomen, is bijzonder. Eind september leidde het ’polderoverleg’ over verhoging van de AOW-leeftijd nog tot een debacle.
Het akkoord stimuleert – financieel – langer doorwerken, maar biedt ook een uitweg uit de heikele discussie over de pensionering van mensen met zwaar werk en laagbetaalden die jong zijn begonnen. De oplossing daarvoor vinden de sociale partners onder meer in een koppeling met de levensverwachting. Ligt deze in een sector of bedrijf lager dan gemiddeld, dan kunnen werknemers en werkgevers afwijken van de zogeheten spilleeftijd. In cao’s en pensioenfondsen, die ook per bedrijfstak of onderneming zijn georganiseerd, moeten daarover aparte afspraken worden gemaakt.
In principe moeten pensioenuitkeringen – en in het verlengde daarvan de AOW – ’welvaartsvast’ worden. Ze stijgen mee met de verdiende lonen, inclusief bonussen en eenmalige uitkeringen. Dat voorkomt dat werknemers die eerder stoppen te ver terugvallen in inkomen. Volgend jaar wordt er volgens bronnen dichtbij de onderhandelaars al een begin gemaakt met nieuwe pensioencontracten die zijn gebaseerd op het nieuwe stelsel. Daarmee pareren ze de kritiek vanuit politieke hoek dat te lang wordt gewacht met hervormingen.
Elke vijf jaar, te beginnen in 2015, houden de sociale partners de afspraken onder de loep en bekijken ze of de pensioenleeftijd verder moet stijgen, naar 67 jaar in 2025. Belangrijke maatstaven zijn daarbij de financiële houdbaarheid van het pensioenstelsel en de verdeling van de lasten tussen jong en oud. Ook weegt mee in hoeverre het lukt ouderen aan de slag te houden. Werkgevers hebben zich aan dat laatste gecommitteerd onder druk van de bonden.
Een belangrijke drijfveer voor het akkoord was de gedeelde trots over het Nederlandse pensioenstelsel, dat internationaal geldt als voorbeeld van een degelijke oudedagsvoorziening. Zowel vakbonden als werkgevers wilden voorkomen dat ’hun’ pensioenfondsen in het verdeelde politieke landschap speelbal werden. Ze gaan ervan uit dat een nieuwe regering niet om een akkoord met zo’n breed draagvlak heen kan.
© Trouw 2010
Politiek 4 juni 2010
Roemer: sociale partners beetje onbeschoft
Het is „een beetje onbeschoft" van de sociale partners om nu, zo vlak voor de verkiezingen, een akkoord te sluiten over de AOW. Dat zei SP-lijsttrekker Emile Roemer vrijdag in het KRO-televisieprogramma Goedemorgen Nederland.
Vooral het tijdstip, vijf dagen voor de verkiezingen, steekt Roemer. „Ik vind het een beetje onbeschoft om nu een mogelijk akkoord te sluiten terwijl het woord eigenlijk aan de kiezer is. Dan neem je de kiezer eigenlijk niet serieus”, aldus Roemer.
Vakbonden en werkgevers komen naar verwachting vrijdagmiddag in het gebouw van de Sociaal Economische Raad tot een akkoord waarin de AOW-leeftijd stijgt naar uiteindelijk 67 in 2020. De SP wil de AOW-leeftijd op 65 houden.
© Trouw 2010
TERUG